Archief Bedrijven & Winkels
Created by P.L. Last update 30-12-2021
Winkel Ribbers
Bedrijven & Winkels
1911 Aankoop winkelpand Het toenmalige pand aan den Heelweg, K42, is op 18 februari 1911 aangekocht door J.A. Ribbers, machinist van Coop. Ver. Beltrumsche Stoom Zuivelfabriek, voor fl. 4200,00 uit de nalatenschap van Johanna Aleida Nijenhuis, winkelierster en aldaar ongehuwd, zonder ouders, kinderen of testament overleden, die tot hare erfgenamen naliet de verkopers haren broeder en twee zusters Nijenhuis.
1942 Overname door T.H.J. Ribbers T.H.J. Ribbers, nam in 1942 de zaak over van J.A. Ribbers: (uit de nog aanwezige acte de volgende beperkte opsomming) Een toonbank, koekjesrek, suikerwerkkastje, een riemenstandaard voor fl 40,00. Borstelwerk, inmaakflessen, surrogaten, een venterskar en twee transportfietsen, een paard. Drie melkkoeien, een vaars, twee kalveren, twee mestvarkens, twee biggen. 10 kippen een oude wagen, een stortkar, een gierkar met pomp enz.In de kelder en op hét opkamertje waren garens, band, inmaakflessen en borstelwerk aanwezig die geschat werd op fl.75,00. In de voorkamer stond een eikenhouten kabinet dat geschat werd op 45 gulden, terwijl het linnen daarin volgens de notaris fl. 50 waard zou zijn.
Oprichter: Johannes Antonius Ribbers * 21 januari 1884 † 3 november 1941
Twentsch dagblad Tubantia 03-11-1941
1941 J.A. Ribbers verongelukt In 1941 overleed J.A. Ribbers ten gevolge van een ongeluk met paard en stortkar.
Jans Ribbers lopend op het onverharde huisperceel, nu de Dorpsstraat. Rechts de schuur waaruit meel/veevoer werd verkocht. Op de achtergrond de boerderij van Hassink-Schreur. Aan de voorkant van de schuur bevond zich een bordes, die er tijdens de bevrijding (1945) door de Tommies is afgereden. De schuur was zo zwaar beschadigd, dat men heeft besloten om deze af te breken.
Jans, Marie, Theo, Hendrik en Jos Ribbers, poserend voor de winkel. Op de achtergrond de glazen stopflessen met snoep.
J.A. Ribbers was behalve boer, kruidenier, ook machinist van de Coop. Ver. Beltrumsche Stoom Zuivelfabriek.
Theodorus Hendrikus Johannes Ribbers * 14 augustus1912 † 25 augustus 1962
Uitbetaling van de door ons meegenomen eieren was voor mening huishouden het huishoudgeld. Theo schreef met een verkeerspotlood, die hij achter zijn oor/pet droeg, alle boodschappen op, schreef de prijs erachter en telde vervolgens uit het hoofd de bedragen op. Dat moest foutloos en snel gebeuren en hij had daarmee een reputatie opgebouwd. Het 's avonds weer volpakken van de ventwagen was een precies werkje. De indeling was: Sneeuwwit, Radion, Sil, Creackfree en Sb- Stijfel enz. Achterin de (pruim)tabak en de Nothstate, Bond Strate, de Virginia sigaretten enz. Voorin de verpakte suiker en de grote fles Maggie, voor de navul. Het verrassingspakket met zeeppoeder van Klok, waarvan het gratis verpakte speelgoedje volgens een vast patroon onder de kinderen werd verdeeld. En niet te vergeten de Kwatta chocolade repen. Tien soldaatjes gaf een gratis reep. Het uitpakken van de boodschappen, vanuit de grote rieten mand, met als laatste het uitschudden op het aanrecht van de ‘’Ribbat’’ snoepjes. Niet alles was altijd voldoende in de venterswagen voorradig, kwamen wij 's middags uit school, dan waren er twee werkjes die op ons broers wachtten. Je pakte de eieren om, of je bracht de nabestelling rond. Met twee grote leren tassen en soms een eierkist op de fiets, maakte je je rondje. Het ophalen van eieren behoorde in die tijd tot de core business en is vele jaren een belangrijke bron van inkomsten geweest. Het ophalen van de eieren leverde ook regelmatig ''knik (gebroken) eieren" op. Hiervoor stond een aluminium schaal voor in de ventersauto tussen de flessen Abro en bleekwater. Wat zou de smaakpolitie er nu wel niet voor een opmerking over maken? Wat je ook leerde was dat wanneer een ei erg geknikt was je het ei even rauw naar binnen sloeg, want het was zonde om dat weg te gooien. Regelmatig kwam Pa 's avonds tijdens de slachttijd, thuis met een jampotje met Varkenshersenen, die had hij onderweg bij een klant meegekregen/gekocht. Moeder ging dat met een uitje bakken en werd als een lekkernij als broodbeleg genuttigd. De wegen waren in die tijd veelal niet verhard, maar ‘’Ribbat’’ kon er met z'n vierwiel aangedreven legerdump haast altijd door. Af en toe ging het mis, kwam je vast te zitten. Dan moest er boeren- of andere hulp eraan te pas komen.
Theo Ribbers met winkelkar voor Boerderij Hassink.
Elke dinsdag na schooltijd bracht mijn moeder me (Paul Ribbers) naar Voor-Beltrum. Want Pa had dinsdags een lang rit en kon hij enige hulp goed gebruiken. Ik deed mijn uiterste best om alles zo vlug mogelijk te doen en kon dan ook geen begrip op brengen wanneer een klant aan mijn vader vroeg: Theo “zin een kop koffie”? Zijn antwoord was steevast: Ja, dat ‘’kank wal effen doon’’, terwijl hij bij de vorige klant ook al koffie had gedronken. Dat viel onder klantenbinding, heb ik later van Pa begrepen, maar ik had daar toen geen enkel begrip voor. Was er eens ergens discussie over, dan zei Pa altijd: Ja, jongen’’ ie leert net zo lang in oe leven tot dai de vingers even lang hebt’’. De boerderij, en meelhandel waren na de oorlog gestaakt en er werd besloten tot een fikse verbouwing. De voorste slaapkamer werd opgeofferd en werd bij aan de winkel getrokken. Deze ging dienstdoen als ruimte waar aardewerk en voornamelijk gipsen ‘’Heiligenbeelden” werden verkocht, zoals Mariabeelden, Heilig Hart beelden van groot tot klein, engeltjes, liggende honden, tot roodkapje aan toe. Deze werden aan de deur gekocht van een Amsterdamse Joodse familie. Religieuze artikelen zoals, bedienstellen, kruisbeelden, wijwaterbakjes, rozenkransen en tegen kerst(stalletjes) behoorden ook tot het assortiment. In die tijd werden goederen betrokken van leveranciers, waarmee vaak een soort van alleenverkoop werd overeengekomen, zodat de producten niet bij de overige collega's te koop waren. (Onderscheidend moest het zijn) Zo verkochten wij veel van de mij bekende blauwe pakjes Superior Pudding. Er was Abro (afwasmiddel met de bekende gratis insteek kraaltjes) en bleekwater. Maar wij verkochten bleekwater, van Gajo uit Eibergen. De bakproducten zoals bloem, pannenkoekmeel, boekweitmeel enz. verkochten wij van de Firma Kreeftenberg uit Deventer. Die naast een levensmiddelen grossierderij ook o.a. Soja enz. bij A.B.T.B. in Beltrum verkocht. Vrijdag 's middags werd er dan door de vertegenwoordiger meegegeten en werd er via de telefoon de bestellingen doorgegeven aan de zaak. Dan ging het ook over de prijzen van soja, of andere veevoergrondstoffen op de termijnmarkt, we begrepen er als kleine jongen niets van. Maar het was wel interessant. Je ving wel eens toevallig iets op, maar er mocht niet over gesproken worden. Deze vertegenwoordigers waren toen al vaak in het bezit van een auto van de zaak. Daar kon je je als kleine jongen aan vergapen. Bijzonder was de komst van de vertegenwoordigers van De Gero (tafelzilver) fabrieken. Dat waren in onze ogen heren van stand. Ma was altijd gespannen als "de Heren" langskwamen. Aan sommige vertegenwoordigers had Ma een hekel, het waren drammers, die probeerden je altijd meer te verkopen dan nodig en dan ontstond er wel eens een woordenwisseling met Pa als er iets te veel was gekocht. Als dan de volgende keer Ma de bewuste vertegenwoordiger weer langs zag komen, was Ma jammer, net even niet thuis. Dan werden wij met twee broers de winkel ingestuurd en moesten de vertegenwoordiger "de deur uitwerken".
Afrekenen en koffiedrinken op zondagmorgen. Lang was er de gewoonte om na de kerk op zondagmorgen bij de kruidenier of bakker koffie te drinken, vergeten boodschappen te halen en de wekelijkse boodschappen af te rekenen. Dan was er 's morgens voor de Heilige mis gelegenheid de communie te halen. Liep je na de mis in draf naar huis, want dan moesten de koekjes worden klaargezet, de deksels van de koekjes blikken eronder en het vetpapier netjes langs de rand gevouwen. Dat mocht niet zo blijven staan tot na de verkoop want anders werden de koekjes zacht. Het bleek een innovatieve vondst, de rode glazen deksels die over de rand van het koekjesblik kon worden geschoven, waardoor voornoemde werkzaamheden konden vervallen. Voor die tijd was het ook heel gewoon dat de dienstmeisjes vaak kost en inwoning genoten, ze waren er van maandagmorgen tot en met zondag direct na de middag. Ook hun ‘’Loverboys’’ maakten toen vaak deel uit van ons gezin.
Speelgoed heeft ook vele jaren onderdeel uitgemaakt van de verkoop. Ik herinner me een foto van Pa en Ma op een Sparta motorfiets in de stromende regen terwijl ze naar Almelo gingen om bij Otto Simon speelgoed in te kopen. Tijdens de sinterklaas periode werd onze woonkamer ontruimd, werden er tafels aan elkaar geschoven en werden er drie banen met al het speelgoed dat boven stond opgeslagen, in de woonkamer uitgestald. Ook stonden wij jaarlijks met een speelgoed kraam op de Kermis in de wei tegenover de kerk. Tante Annie uit Drente kwam altijd helpen. Ze riep tegen de koper: ‘’Dat speelgoed is ijzersterk’’, maar als even later kinderen aan het speelgoed zaten riep ze: ‘’Jongens niet aan het speelgoed zitten want het is zo kapot’’.
1957 Nieuwbouw aan de Hassinkstraat 23 (werd later Kampstraat 23) In 1957 werd begonnen met de bouw van een nieuwe winkelpand met woonhuis aan de Hassinkstraat. De eerste steenlegging vond plaats op 6 augustus 1957. Op opening van de levensmiddelenbedrijf, annex galanterieën, speelgoed e.d. vond op 22 november 1958 plaats.
1962 Overlijden van Theodorus Hendrikus Johannes Ribbers. Theodorus Hendrikus Johannes Ribbers overleed, na een werkzaam leven, op zaterdagavond 25 augustus thuis aan een hartaanval. Hij mocht slechts 50 jaar oud worden. Na zijn overlijden lag er voor ons de broers Joop en Paul samen met onze moeder de uitdaging om de zaak voort te zetten. Deze stilzwijgende verbintenis heeft ons een samenwerking voor ons hele zakelijke leven gegeven. Later hebben wij het weleens simpel omschreven als "We zijn destijds samen op de tandem gestapt en bij de overdracht van de zaak er weer afgestapt''. Wij hebben samen met de mensen om ons heen, met veel toewijding en plezier, iets blijvend verder weten uit te bouwen. Joop en Paul.
Theo en Gerda Ribbers op de motorfiets
Joop, Gerda en Paul Ribbers
06-08-1957 Gerda Ribbers verricht ‘’de eerste steen’’ handeling.
1958 Het nieuwe pand aan de Hassinkstraat
1970 Uitbreiding magazijn. In 1970 vond uitbreiding van het magazijn plaats. Dat in eerste instantie gebruik werd als caravan stalling en opslag van oud papier. In een later stadium werd deze ruimte gebruikt voor uitbreiding van de supermarkt.
1970 Uibreiding magazijn
1975 Uitbreiding met een slagerij. In 1975 werd de winkel verbouwd. Er werd een nieuwe vloer gelegd en er kwam een ambachtelijke slagerij. Op 23 oktober werd deze geopend. De eerste slager was A.H. van Workum.
1966 Zelfbediening Op zaterdag 22 oktober wordt de zaak heropend en is dan ingericht als een zelfbedieningswinkel.
1985 TROS komt naar Beltrum. In 1985 werd gevierd dat de ambachtelijke slagerij 10 jaar bestaat.
1986 Postagentschap. Op 14 mei 1986 sloot het postkantoor aan de Dorpsstraat, omdat volgens de PTT de exploitatie economisch niet langer verantwoord was. Vanaf die dag werd er in supermarkt Ribbers een postagentschap gevestigd. Nadat de supermarkt werd uitgebreid en in een nieuw jasje werd gestoken werd de postagentschap op 15 mei geopend. Deze ging toen vijf dagen per week open. Anita te Woerd ging toen het beheer voeren. In mei 1993 werd de postagentschap verplaatst nabij de kassa en werd het voorzien van een open balie.
1990 Combinatie wordt Plusmarkt. Op 7 maart 1990 aanpassing met een nieuwe styling naar Plusmarkt. Tevens plaatsing van automatiche toegangs deuren.
1993 Uitbreiding supermarkt In 1993 werd Plusmarkt Ribbers grondig verbouwd. Er kwam een lege flessenautomaat, een nieuwe koelcel voor dagverse producten, een snijkeuken voor groente en rauwkost, nieuwe kasten voor diepvriesproducten, uitbreiding van de vleeswaren- en vleeskoeling, het verplaatsen van de brood- en kaasafdeling en het invoeren van bedien uzelf systeem op de groente afdeling. Het PTT postagentschap kreeg een eigentijdse open balie en de afdeling huishoudelijke, speelgoed- en cadeauartikelen op de eerste verdieping werd gereorganiseerd. De feestelijke heropening vond plaats op dinsdagavond 25 mei.
1999 COÖP supermarkt Bijna veertig jaar runden de broers Paul en Joop Ribbers hun supermarkt in Beltrum. Per 1 mei gaat de zaak over in handen van de Coöp-keten. De broers gooien het bijltje erbij neer. 'Het belangrijkste is, dat de supermarkt op een goede manier blijft bestaan', vindt Paul. De supermarkt is drie generaties in handen geweest van de familie, maar in mei gaat de naam van de pui. De supermarktketen Coöp neemt de zaak over. Paul ligt er niet wakker van, evenmin als zijn broer, 'Joop heeft een zoon en een dochter en ik heb twee dochters, maar ze hebben geen van allen zin om de zaak over te nemen.
17 mei 1999 Afscheidsreceptie
PTT postagentschap
1993 Anita te Woerd
1975 De ambachtelijke slagerij
De groentenafdeling
Heropening winkel Verbouwing winkel Winkel ingericht als zelfbediening Interieur winkel
Voormalige winkel Ribbers Dorpsstraat ca 1965
Info: Joop en Paul Ribbers
1965/1966 Ribbers sluit zich aan bij De Combinatie In 1965 of 1966 sluit Ribbers zich aan bij De Combinatie. De Combinatie-ondernemers was vnl. gevestigd in de Achterhoek en Twente. De producten werden beleverd door VSE Haaksbergen de oostelijke groothandel voor Volcom, Sperwer en Enkabé. Van de VSE-afnemers waren er destijds tientallen aangesloten bij Volcom (afgeleid van De Volharding en de Enschedese Combinatie), opererend onder de naam ‘De Combinatie’.
2022 PLUS en COOP fuseren Begin 2022 is COOP gefuseerd met Plus. De winkel zou dan ook de naam Plus gaan voeren. Nico Pronk heeft besloten om niet te investeren in de ombouw naar de Plus formule en daardoor heeft hij de Coop winkel op 24 april 2024 gesloten. Er is een nieuwe ondernemer gevonden namelijk Rinaldo Bouwmeesters welke de supermarkt in Beltrum wil voortzetten.
Created by P.L. Last update 30-12-2021
Archief Bedrijven & Winkels
Winkel Ribbers
Bedrijven & Winkels
Info: Joop en Paul Ribbers
Heropening winkel 1970 Uibreiding magazijn
1911 Aankoop winkelpand Het toenmalige pand aan den Heelweg, K42, is op 18 februari 1911 aangekocht door J.A. Ribbers, machinist van Coop. Ver. Beltrumsche Stoom Zuivelfabriek, voor fl. 4200,00 uit de nalatenschap van Johanna Aleida Nijenhuis, winkelierster en aldaar ongehuwd, zonder ouders, kinderen of testament overleden, die tot hare erfgenamen naliet de verkopers haren broeder en twee zusters Nijenhuis.
1942 Overname door T.H.J. Ribbers T.H.J. Ribbers, nam in 1942 de zaak over van J.A. Ribbers: (uit de nog aanwezige acte de volgende beperkte opsomming) Een toonbank, koekjesrek, suikerwerkkastje, een riemenstandaard voor fl 40,00. Borstelwerk, inmaakflessen, surrogaten, een venterskar en twee transportfietsen, een paard. Drie melkkoeien, een vaars, twee kalveren, twee mestvarkens, twee biggen. 10 kippen een oude wagen, een stortkar, een gierkar met pomp enz.In de kelder en op hét opkamertje waren garens, band, inmaakflessen en borstelwerk aanwezig die geschat werd op fl.75,00. In de voorkamer stond een eikenhouten kabinet dat geschat werd op 45 gulden, terwijl het linnen daarin volgens de notaris fl. 50 waard zou zijn.
Oprichter: Johannes Antonius Ribbers * 21 januari 1884 † 3 november 1941
Twentsch dagblad Tubantia 03-11-1941
1941 J.A. Ribbers verongelukt In 1941 overleed J.A. Ribbers ten gevolge van een ongeluk met paard en stortkar.
Jans Ribbers lopend op het onverharde huisperceel, nu de Dorpsstraat. Rechts de schuur waaruit meel/veevoer werd verkocht. Op de achtergrond de boerderij van Hassink-Schreur. Aan de voorkant van de schuur bevond zich een bordes, die er tijdens de bevrijding (1945) door de Tommies is afgereden. De schuur was zo zwaar beschadigd, dat men heeft besloten om deze af te breken.
Jans, Marie, Theo, Hendrik en Jos Ribbers, poserend voor de winkel. Op de achtergrond de glazen stopflessen met snoep.
J.A. Ribbers was behalve boer, kruidenier, ook machinist van de Coop. Ver. Beltrumsche Stoom Zuivelfabriek.
Theodorus Hendrikus Johannes Ribbers * 14 augustus1912 † 25 augustus 1962
Uitbetaling van de door ons meegenomen eieren was voor mening huishouden het huishoudgeld. Theo schreef met een verkeerspotlood, die hij achter zijn oor/pet droeg, alle boodschappen op, schreef de prijs erachter en telde vervolgens uit het hoofd de bedragen op. Dat moest foutloos en snel gebeuren en hij had daarmee een reputatie opgebouwd. Het 's avonds weer volpakken van de ventwagen was een precies werkje. De indeling was: Sneeuwwit, Radion, Sil, Creackfree en Sb- Stijfel enz. Achterin de (pruim)tabak en de Nothstate, Bond Strate, de Virginia sigaretten enz. Voorin de verpakte suiker en de grote fles Maggie, voor de navul. Het verrassingspakket met zeeppoeder van Klok, waarvan het gratis verpakte speelgoedje volgens een vast patroon onder de kinderen werd verdeeld. En niet te vergeten de Kwatta chocolade repen. Tien soldaatjes gaf een gratis reep. Het uitpakken van de boodschappen, vanuit de grote rieten mand, met als laatste het uitschudden op het aanrecht van de ‘’Ribbat’’ snoepjes. Niet alles was altijd voldoende in de venterswagen voorradig, kwamen wij 's middags uit school, dan waren er twee werkjes die op ons broers wachtten. Je pakte de eieren om, of je bracht de nabestelling rond. Met twee grote leren tassen en soms een eierkist op de fiets, maakte je je rondje. Het ophalen van eieren behoorde in die tijd tot de core business en is vele jaren een belangrijke bron van inkomsten geweest. Het ophalen van de eieren leverde ook regelmatig ''knik (gebroken) eieren" op. Hiervoor stond een aluminium schaal voor in de ventersauto tussen de flessen Abro en bleekwater. Wat zou de smaakpolitie er nu wel niet voor een opmerking over maken? Wat je ook leerde was dat wanneer een ei erg geknikt was je het ei even rauw naar binnen sloeg, want het was zonde om dat weg te gooien. Regelmatig kwam Pa 's avonds tijdens de slachttijd, thuis met een jampotje met Varkenshersenen, die had hij onderweg bij een klant meegekregen/gekocht. Moeder ging dat met een uitje bakken en werd als een lekkernij als broodbeleg genuttigd. De wegen waren in die tijd veelal niet verhard, maar ‘’Ribbat’’ kon er met z'n vierwiel aangedreven legerdump haast altijd door. Af en toe ging het mis, kwam je vast te zitten. Dan moest er boeren- of andere hulp eraan te pas komen.
Theo Ribbers met winkelkar voor Boerderij Hassink.
Elke dinsdag na schooltijd bracht mijn moeder me (Paul Ribbers) naar Voor-Beltrum. Want Pa had dinsdags een lang rit en kon hij enige hulp goed gebruiken. Ik deed mijn uiterste best om alles zo vlug mogelijk te doen en kon dan ook geen begrip op brengen wanneer een klant aan mijn vader vroeg: Theo “zin een kop koffie”? Zijn antwoord was steevast: Ja, dat ‘’kank wal effen doon’’, terwijl hij bij de vorige klant ook al koffie had gedronken. Dat viel onder klantenbinding, heb ik later van Pa begrepen, maar ik had daar toen geen enkel begrip voor. Was er eens ergens discussie over, dan zei Pa altijd: Ja, jongen’’ ie leert net zo lang in oe leven tot dai de vingers even lang hebt’’. De boerderij, en meelhandel waren na de oorlog gestaakt en er werd besloten tot een fikse verbouwing. De voorste slaapkamer werd opgeofferd en werd bij aan de winkel getrokken. Deze ging dienstdoen als ruimte waar aardewerk en voornamelijk gipsen ‘’Heiligenbeelden” werden verkocht, zoals Mariabeelden, Heilig Hart beelden van groot tot klein, engeltjes, liggende honden, tot roodkapje aan toe. Deze werden aan de deur gekocht van een Amsterdamse Joodse familie. Religieuze artikelen zoals, bedienstellen, kruisbeelden, wijwaterbakjes, rozenkransen en tegen kerst(stalletjes) behoorden ook tot het assortiment. In die tijd werden goederen betrokken van leveranciers, waarmee vaak een soort van alleenverkoop werd overeengekomen, zodat de producten niet bij de overige collega's te koop waren. (Onderscheidend moest het zijn) Zo