Archief bloemencorso
Created by P.L. Last update 17-10-2019
Info
Info De Blenke
Gebouwd van 1975 t/m 2011 Op maandag 23 september 1974 zaten een aantal vrienden (Theo te Vogt, Willy klein Nijenhuis, Alex Visser, Bennie Ballast, Theo te Brake, Bennie Bouwmeesters, Aloys te Woerd, Jan Pasman en Anton Helmers) van “net in de twintig” bij Spilman in het café. Theo te Vogt had al 6 jaar meegeholpen bij wagenbouwgroep Vruchtman maar kon in verband met verbouwplannen in 1974 daarvoor geen tijd vrijmaken. Ook de anderen waren in 1974 niet actief betrokken geweest bij het bloemencorso. Ze vonden het, wat kermis vieren betreft, best wel een kale bedoeling. Al snel werd er afgesproken om met elkaar een wagen te gaan bouwen. Onder de noemer van “dat könne wi’j ok” werd er een nieuwe wagenbouwgroep opgericht waarvan in 1975 de eerste wagen in het bloemencorso heeft meegelopen. Groepshistorie Er moest een naam komen voor de wagenbouwgroep en toen bekend werd dat wagenbouwgroep Avest zijn naam ging veranderen in Auste zijn ze zich “Avest” gaan noemen. De meeste van de bouwers waren immers in deze buurtschap geboren en getogen. Een bouwlocatie werd begin 1975 gevonden aan de Abbinksweg 1 te Beltrum. Theo te Vogt, werd namelijk in 1975 eigenaar van de op dat moment leeg staande boerderij, bij de meesten bekend als “boerderij De Blenke”. Om meer identiteit te krijgen werd het tweede jaar (1976) de naam van de wagenbouwgroep gewijzigd in De Blenke, het was immers hun bouwlocatie en er was dan ook geen verwarring meer met wagenbouwgroep Auste. De eerste twee jaar werden bij boerderij De Blenke de wagens gebouwd en met bloemen beplakt, maar de wagens werden groter en er kwam ruimtegebrek tijdens het plakken. Daarom zijn in 1977 en 1978 de wagens bij De Blenke gebouwd en bij te Bogt aan de Avesterweg (oudershuis André te Bogt) met bloemen te beplakt. André te Bogt was toen ook één van de stuwende krachten bij De Blenke. Omdat boerderij de Blenke weer werd verkocht moesten de bouwers in 1979 op zoek naar een nieuwe locatie en die werd gevonden aan de Ringweg 12 bij Bennie en Agnes Lurvink, “boerderij Elferink”. Groepsnaam De Blenke was inmiddels een begrip geworden en is daarom niet mee veranderd. Vanaf 1979 t/m 1996 zijn de wagens gebouwd en beplakt in de schöppe en het leegstaande achterhuis. Maar omdat eind 1996 het achterhuis is gesloopt en er weer ruimtegebrek ontstond is er in 1998 voor toen 750 gulden een oude romneyloods op de kop getikt en daar werden de wagens t/m 2011 gebouwd en geplakt. De kantine die ook in het achterhuis zat is in 1997 verhuisd naar het leegstaande kippenhok. Aan de ringweg 12 stond t/m 2012 ook het bloemenveld en daardoor stond jarenlang alles op één locatie en dat functioneerde het beste. De bouwers gingen voortvarend te werk. Om in september verzekerd te zijn van dahliabloemen, werden het eerste jaar direct dahliastekken gekocht. Deze werden achtereenvolgens verbouwd bij; Hanselman (Hosman) Peppelendijk Ballast Poeldersdijk Klein Nijenhuis (Dijkman) Bosmansweg te Vogt Avesterweg en Mölleweg te Bogt (Loekman) Horsterweg Lurvink (Elferink) Ringweg Luttikholt (de Piepe) Ringweg De Blenke verbouwd nu nog steeds dahlia’s voor de Beltrumse Corso. Het eerste onderstel is gemaakt van een paar uit sloop verkregen ijzeren balken met wielen van een maaikneuzer die op de boerderij de Blenke waren blijven liggen. Het eerste jaar haalden de vrienden een verdienstelijke negende plaats. Maar belangrijker was dat de kermis beter was dan ooit. Gezelligheid troef, precies wat de mannen beoogden. Besloten werd dat de vrienden ook in 1976 een wagen zouden bouwen. Er waren ook tegenslagen te melden. Bouwer Jan Pasman verkoos de groep Losse Flodders boven De Blenke. Een jaar later koos ook Anton Helmers voor de Losse Flodders. Saillant detail: beiden waren één jaar penningmeester geweest. Na het succesvolle eerste jaar kreeg de groep in 1976 met nog een tegenslag te maken: er dreigde door de droogte een bloementekort. Een week voor de kermis besloten de bouwers hun wagen getiteld De Efteling niet te beplakken met dahlia’s, maar de wagen te bewaren voor het jaar erop. Binnen een week werd een kleinere wagen gebouwd waarvoor wél genoeg bloemen zouden zijn. Deze kreeg de toepasselijke naam Holle bolle Gijs mee. De deceptie was groot toen in het plakweekeinde bleek dat er ruim voldoende bloemen waren. De Efteling zou vervolgens ook in 1977 het daglicht niet zien. Heel Beltrum wist al wat voor wagen De Blenke zou hebben; de verrassing was er af, de lol voor de bouwers ook. Zo’n vijftien tot twintig Blenke-mannen werken enkele maanden lang intensief maar met veel plezier aan de bouw van hun corsowagen. Het plezier zwelt de laatste weken steeds meer aan, om in het laatste weekeinde een absoluut hoogtepunt te bereiken. In de jaren tachtig en negentig was het zelfs feest op de deale waar Blenke bouwde. Dan werden liedjes geschreven op bekende melodieën, die vervolgens ’s avonds door de instrijkers ten gehore werden gebracht. Creativiteit was de bouwers van De Blenke duidelijk niet vreemd, ook niet op wagenbouwgebied. Toen de bouwers ontdekten dat bollenleverancier Bakker in Hillegom blauwe dahlia’s in zijn assortiment had, zag De Blenke zijn kans schoon om tijdens het corso iets unieks te presenteren. Toen de dahliaplanten in bloei kwamen, hadden ze echter geen blauwe maar paarse bloemen. Dat was voor de bouwers een flinke domper, maar tegelijk ook een meevaller. Want de bloemen waren zo groot dat ze er slechts twintig nodig hadden per vierkante meter. Om een lekke band tijdens de optocht te voorkomen besloten de bouwers van De Blenke in 1983 om massieve wielen te gebruiken. De eerste werden uit het oogpunt van zuinigheid gemaakt van rubberen flappen die om een stalen velg werden gewikkeld. Het bleek verkeerde zuinigheid, want de de rubberen flappen haalden het einde van het corso niet. Het jaar erop ging het beter, dankzij de wielen van een heftruck welke bij een slopersbedrijf in Limburg werden gekocht. Wagenbouwgroep De Blenke bereikte haar absolute hoogtepunt in 1981. Toen behaalde de groep twee eerste prijzen. Zowel de jury als het publiek waardeerden de creatie van de groep als beste. Bouwwijze De ontwerpen zijn altijd door de wagenbouwers zelf bedacht. Een maquette wordt er zelden gemaakt meestal wordt er gewerkt vanaf een tekening of een schets. Het geraamte is van 6 mm betonstaal dat verstevigd wordt met constructiestaal en buizen. Dat later wordt dichtgeplakt met een aantal lagen krantenpapier. In verband met bomen langs de route naar Beltrum kunnen we op de bouwlocatie niet hoger dan ca 4 meter bouwen dat wil zeggen dat de wagen in twee lagen moet worden gebouwd en op de zondagmorgen in de nabijheid van Beltrum wordt opgebouwd. Eerst was dat bij mengvoeders Bleumink aan de Zieuwentseweg, toen een paar jaar bij ABTB/Wolterink en daarna bij klompenfabriek Nijhuis aan de Grolseweg.
De Blenke
Anekdotes   Figuren als poppen kun je mooi van PUR maken. Om deze sneller de juiste vorm te geven kwam een wagenbouwer op het idee om deze met een motorzaag te vormen. Dit was echter niet zo’n succes door de grote stofontwikkeling. # Aloys te Woerd presteerde het om in zijn eerste 45 km autootje 15 kratten met bloemen pakken. Hij kreeg de bestuurdersdeur echter niet meer dicht. Enkele plukkers drukten met vereende kracht de deur dicht, waarna Aloys naar de Bloemencommissie tufte.
Info De Blenke
Gebouwd van 1975 t/m 2011 Op maandag 23 september 1974 zaten een aantal vrienden (Theo te Vogt, Willy klein Nijenhuis, Alex Visser, Bennie Ballast, Theo te Brake, Bennie Bouwmeesters, Aloys te Woerd, Jan Pasman en Anton Helmers) van “net in de twintig” bij Spilman in het café. Theo te Vogt had al 6 jaar meegeholpen bij wagenbouwgroep Vruchtman maar kon in verband met verbouwplannen in 1974 daarvoor geen tijd vrijmaken. Ook de anderen waren in 1974 niet actief betrokken geweest bij het bloemencorso. Ze vonden het, wat kermis vieren betreft, best wel een kale bedoeling. Al snel werd er afgesproken om met elkaar een wagen te gaan bouwen. Onder de noemer van “dat könne wi’j ok” werd er een nieuwe wagenbouwgroep opgericht waarvan in 1975 de eerste wagen in het bloemencorso heeft meegelopen. Groepshistorie Er moest een naam komen voor de wagenbouwgroep en toen bekend werd dat wagenbouwgroep Avest zijn naam ging veranderen in Auste zijn ze zich “Avest” gaan noemen. De meeste van de bouwers waren immers in deze buurtschap geboren en getogen. Een bouwlocatie werd begin 1975 gevonden aan de Abbinksweg 1 te Beltrum. Theo te Vogt, werd namelijk in 1975 eigenaar van de op dat moment leeg staande boerderij, bij de meesten bekend als “boerderij De Blenke”. Om meer identiteit te krijgen werd het tweede jaar (1976) de naam van de wagenbouwgroep gewijzigd in De Blenke, het was immers hun bouwlocatie en er was dan ook geen verwarring meer met wagenbouwgroep Auste. De eerste twee jaar werden bij boerderij De Blenke de wagens gebouwd en met bloemen beplakt, maar de wagens werden groter en er kwam ruimtegebrek tijdens het plakken. Daarom zijn in 1977 en 1978 de wagens bij De Blenke gebouwd en bij te Bogt aan de Avesterweg (oudershuis André te Bogt) met bloemen te beplakt. André te Bogt was toen ook één van de stuwende krachten bij De Blenke. Omdat boerderij de Blenke weer werd verkocht moesten de bouwers in 1979 op zoek naar een nieuwe locatie en die werd gevonden aan de Ringweg 12 bij Bennie en Agnes Lurvink, “boerderij Elferink”. Groepsnaam De Blenke was inmiddels een begrip geworden en is daarom niet mee veranderd. Vanaf 1979 t/m 1996 zijn de wagens gebouwd en beplakt in de schöppe en het leegstaande achterhuis. Maar omdat eind 1996 het achterhuis is gesloopt en er weer ruimtegebrek ontstond is er in 1998 voor toen 750 gulden een oude romneyloods op de kop getikt en daar werden de wagens t/m 2011 gebouwd en geplakt. De kantine die ook in het achterhuis zat is in 1997 verhuisd naar het leegstaande kippenhok. Aan de ringweg 12 stond t/m 2012 ook het bloemenveld en daardoor stond jarenlang alles op één locatie en dat functioneerde het beste. De bouwers gingen voortvarend te werk. Om in september verzekerd te zijn van dahliabloemen, werden het eerste jaar direct dahliastekken gekocht. Deze werden achtereenvolgens verbouwd bij; Hanselman (Hosman) Peppelendijk Ballast Poeldersdijk Klein Nijenhuis (Dijkman) Bosmansweg te Vogt Avesterweg en Mölleweg te Bogt (Loekman) Horsterweg Lurvink (Elferink) Ringweg Luttikholt (de Piepe) Ringweg De Blenke verbouwd nu nog steeds dahlia’s voor de Beltrumse Corso. Het eerste onderstel is gemaakt van een paar uit sloop verkregen ijzeren balken met wielen van een maaikneuzer die op de boerderij de Blenke waren blijven liggen. Het eerste jaar haalden de vrienden een verdienstelijke negende plaats. Maar belangrijker was dat de kermis beter was dan ooit. Gezelligheid troef, precies wat de mannen beoogden. Besloten werd dat de vrienden ook in 1976 een wagen zouden bouwen. Er waren ook tegenslagen te melden. Bouwer Jan Pasman verkoos de groep Losse Flodders boven De Blenke. Een jaar later koos ook Anton Helmers voor de Losse Flodders. Saillant detail: beiden waren één jaar penningmeester geweest. Na het succesvolle eerste jaar kreeg de groep in 1976 met nog een tegenslag te maken: er dreigde door de droogte een bloementekort. Een week voor de kermis besloten de bouwers hun wagen getiteld De Efteling niet te beplakken met dahlia’s, maar de wagen te bewaren voor het jaar erop. Binnen een week werd een kleinere wagen gebouwd waarvoor wél genoeg bloemen zouden zijn. Deze kreeg de toepasselijke naam Holle bolle Gijs mee. De deceptie was groot toen in het plakweekeinde bleek dat er ruim voldoende bloemen waren. De Efteling zou vervolgens ook in 1977 het daglicht niet zien. Heel Beltrum wist al wat voor wagen De Blenke zou hebben; de verrassing was er af, de lol voor de bouwers ook. Zo’n vijftien tot twintig Blenke-mannen werken enkele maanden lang intensief maar met veel plezier aan de bouw van hun corsowagen. Het plezier zwelt de laatste weken steeds meer aan, om in het laatste weekeinde een absoluut hoogtepunt te bereiken. In de jaren tachtig en negentig was het zelfs feest op de deale waar Blenke bouwde. Dan werden liedjes geschreven op bekende melodieën, die vervolgens ’s avonds door de instrijkers ten gehore werden gebracht. Creativiteit was de bouwers van De Blenke duidelijk niet vreemd, ook niet op wagenbouwgebied. Toen de bouwers ontdekten dat bollenleverancier Bakker in Hillegom blauwe dahlia’s in zijn assortiment had, zag De Blenke zijn kans schoon om tijdens het corso iets unieks te presenteren. Toen de dahliaplanten in bloei kwamen, hadden ze echter geen blauwe maar paarse bloemen. Dat was voor de bouwers een flinke domper, maar tegelijk ook een meevaller. Want de bloemen waren zo groot dat ze er slechts twintig nodig hadden per vierkante meter. Om een lekke band tijdens de optocht te voorkomen besloten de bouwers van De Blenke in 1983 om massieve wielen te gebruiken. De eerste werden uit het oogpunt van zuinigheid gemaakt van rubberen flappen die om een stalen velg werden gewikkeld. Het bleek verkeerde zuinigheid, want de de rubberen flappen haalden het einde van het corso niet. Het jaar erop ging het beter, dankzij de wielen van een heftruck welke bij een slopersbedrijf in Limburg werden gekocht. Wagenbouwgroep De Blenke bereikte haar absolute hoogtepunt in 1981. Toen behaalde de groep twee eerste prijzen. Zowel de jury als het publiek waardeerden de creatie van de groep als beste. Bouwwijze De ontwerpen zijn altijd door de wagenbouwers zelf bedacht. Een maquette wordt er zelden gemaakt meestal wordt er gewerkt vanaf een tekening of een schets. Het geraamte is van 6 mm betonstaal dat verstevigd wordt met constructiestaal en buizen. Dat later wordt dichtgeplakt met een aantal lagen krantenpapier. In verband met bomen langs de route naar Beltrum kunnen we op de bouwlocatie niet hoger dan ca 4 meter bouwen dat wil zeggen dat de wagen in twee lagen moet worden gebouwd en op de zondagmorgen in de nabijheid van Beltrum wordt opgebouwd. Eerst was dat bij mengvoeders Bleumink aan de Zieuwentseweg, toen een paar jaar bij ABTB/Wolterink en daarna bij klompenfabriek Nijhuis aan de Grolseweg.
Archief bloemencorso
Created by P.L. Last update 17-10-2019
Anekdotes Figuren als poppen kun je mooi van PUR maken. Om deze sneller de juiste vorm te geven kwam een wagenbouwer op het idee om deze met een motorzaag te vormen. Dit was echter niet zo’n succes door de grote stofontwikkeling. # Aloys te Woerd presteerde het om in zijn eerste 45 km autootje 15 kratten met bloemen pakken. Hij kreeg de bestuurdersdeur echter niet meer dicht. Enkele plukkers drukten met vereende kracht de deur dicht, waarna Aloys naar de Bloemencommissie tufte.
Info
Info De Blenke
Gebouwd van 1975 t/m 2011 Op maandag 23 september 1974 zaten een aantal vrienden (Theo te Vogt, Willy klein Nijenhuis, Alex Visser, Bennie Ballast, Theo te Brake, Bennie Bouwmeesters, Aloys te Woerd, Jan Pasman en Anton Helmers) van “net in de twintig” bij Spilman in het café. Theo te Vogt had al 6 jaar meegeholpen bij wagenbouwgroep Vruchtman maar kon in verband met verbouwplannen in 1974 daarvoor geen tijd vrijmaken. Ook de anderen waren in 1974 niet actief betrokken geweest bij het bloemencorso. Ze vonden het, wat kermis vieren betreft, best wel een kale bedoeling. Al snel werd er afgesproken om met elkaar een wagen te gaan bouwen. Onder de noemer van “dat könne wi’j ok” werd er een nieuwe wagenbouwgroep opgericht waarvan in 1975 de eerste wagen in het bloemencorso heeft meegelopen. Groepshistorie Er moest een naam komen voor de wagenbouwgroep en toen bekend werd dat wagenbouwgroep Avest zijn naam ging veranderen in Auste zijn ze zich “Avest” gaan noemen. De meeste van de bouwers waren immers in deze buurtschap geboren en getogen. Een bouwlocatie werd begin 1975 gevonden aan de Abbinksweg 1 te Beltrum. Theo te Vogt, werd namelijk in 1975 eigenaar van de op dat moment leeg staande boerderij, bij de meesten bekend als “boerderij De Blenke”. Om meer identiteit te krijgen werd het tweede jaar (1976) de naam van de wagenbouwgroep gewijzigd in De Blenke, het was immers hun bouwlocatie en er was dan ook geen verwarring meer met wagenbouwgroep Auste. De eerste twee jaar werden bij boerderij De Blenke de wagens gebouwd en met bloemen beplakt, maar de wagens werden groter en er kwam ruimtegebrek tijdens het plakken. Daarom zijn in 1977 en 1978 de wagens bij De Blenke gebouwd en bij te Bogt aan de Avesterweg (oudershuis André te Bogt) met bloemen te beplakt. André te Bogt was toen ook één van de stuwende krachten bij De Blenke. Omdat boerderij de Blenke weer werd verkocht moesten de bouwers in 1979 op zoek naar een nieuwe locatie en die werd gevonden aan de Ringweg 12 bij Bennie en Agnes Lurvink, “boerderij Elferink”. Groepsnaam De Blenke was inmiddels een begrip geworden en is daarom niet mee veranderd. Vanaf 1979 t/m 1996 zijn de wagens gebouwd en beplakt in de schöppe en het l e e g s t a a n d e achterhuis. Maar omdat eind 1996 het achterhuis is gesloopt en er weer r u i m t e g e b r e k ontstond is er in 1998 voor toen 750 gulden een oude romneyloods op de kop getikt en daar werden de wagens t/m 2011 gebouwd en geplakt. De kantine die ook in het achterhuis zat is in 1997 verhuisd naar het leegstaande kippenhok. Aan de ringweg 12 stond t/m 2012 ook het bloemenveld en daardoor stond jarenlang alles op één locatie en dat functioneerde het beste. De bouwers gingen voortvarend te werk. Om in september verzekerd te zijn van dahliabloemen, werden het eerste jaar direct dahliastekken gekocht. Deze werden achtereenvolgens verbouwd bij; Hanselman (Hosman) Peppelendijk Ballast Poeldersdijk Klein Nijenhuis (Dijkman) Bosmansweg te Vogt Avesterweg en Mölleweg te Bogt (Loekman) Horsterweg Lurvink (Elferink) Ringweg Luttikholt (de Piepe) Ringweg De Blenke verbouwd nu nog steeds dahlia’s voor de Beltrumse Corso. Het eerste onderstel is gemaakt van een paar uit sloop verkregen ijzeren balken met wielen van een maaikneuzer die op de boerderij de Blenke waren blijven liggen. Het eerste jaar haalden de vrienden een verdienstelijke negende plaats. Maar belangrijker was dat de kermis beter was dan ooit. Gezelligheid troef, precies wat de mannen beoogden. Besloten werd dat de vrienden ook in 1976 een wagen zouden bouwen. Er waren ook tegenslagen te melden. Bouwer Jan Pasman verkoos de groep Losse Flodders boven De Blenke. Een jaar later koos ook Anton Helmers voor de Losse Flodders. Saillant detail: beiden waren één jaar penningmeester geweest. Na het succesvolle eerste jaar kreeg de groep in 1976 met nog een tegenslag te maken: er dreigde door de droogte een bloementekort. Een week voor de kermis besloten de bouwers hun wagen getiteld De Efteling niet te beplakken met dahlia’s, maar de wagen te bewaren voor het jaar erop. Binnen een week werd een kleinere wagen gebouwd waarvoor wél genoeg bloemen zouden zijn. Deze kreeg de toepasselijke naam Holle bolle Gijs mee. De deceptie was groot toen in het plakweekeinde bleek dat er ruim voldoende bloemen waren. De Efteling zou vervolgens ook in 1977 het daglicht niet zien. Heel Beltrum wist al wat voor wagen De Blenke zou hebben; de verrassing was er af, de lol voor de bouwers ook. Zo’n vijftien tot twintig Blenke-mannen werken enkele maanden lang intensief maar met veel plezier aan de bouw van hun corsowagen. Het plezier zwelt de laatste weken steeds meer aan, om in het laatste weekeinde een absoluut hoogtepunt te bereiken. In de jaren tachtig en negentig was het zelfs feest op de deale waar Blenke bouwde. Dan werden liedjes geschreven op bekende melodieën, die vervolgens ’s avonds door de instrijkers ten gehore werden gebracht. Creativiteit was de bouwers van De Blenke duidelijk niet vreemd, ook niet op wagenbouwgebied. Toen de bouwers ontdekten dat bollenleverancier Bakker in Hillegom blauwe dahlia’s in zijn assortiment had, zag De Blenke zijn kans schoon om tijdens het corso iets unieks te presenteren. Toen de dahliaplanten in bloei kwamen, hadden ze echter geen blauwe maar paarse bloemen. Dat was voor de bouwers een flinke domper, maar tegelijk ook een meevaller. Want de bloemen waren zo groot dat ze er slechts twintig nodig hadden per vierkante meter. Om een lekke band tijdens de optocht te voorkomen besloten de bouwers van De Blenke in 1983 om massieve wielen te gebruiken. De eerste werden uit het oogpunt van zuinigheid gemaakt van rubberen flappen die om een stalen velg werden gewikkeld. Het bleek verkeerde zuinigheid, want de de rubberen flappen haalden het einde van het corso niet. Het jaar erop ging het beter, dankzij de wielen van een heftruck welke bij een slopersbedrijf in Limburg werden gekocht. Wagenbouwgroep De Blenke bereikte haar absolute hoogtepunt in 1981. Toen behaalde de groep twee eerste prijzen. Zowel de jury als het publiek waardeerden de creatie van de groep als beste. Bouwwijze De ontwerpen zijn altijd door de wagenbouwers zelf bedacht. Een maquette wordt er zelden gemaakt meestal wordt er gewerkt vanaf een tekening of een schets. Het geraamte is van 6 mm betonstaal dat verstevigd wordt met constructiestaal en buizen. Dat later wordt dichtgeplakt met een aantal lagen krantenpapier. In verband met bomen langs de route naar Beltrum kunnen we op de bouwlocatie niet hoger dan ca 4 meter bouwen dat wil zeggen dat de wagen in twee lagen moet worden gebouwd en op de zondagmorgen in de nabijheid van Beltrum wordt opgebouwd. Eerst was dat bij mengvoeders Bleumink aan de Zieuwentseweg, toen een paar jaar bij ABTB/Wolterink en daarna bij klompenfabriek Nijhuis aan de Grolseweg.
Archief bloemencorso
Created by P.L. Last update 17-10-2019
De Blenke
Anekdotes   Figuren als poppen kun je mooi van PUR maken. Om deze sneller de juiste vorm te geven kwam een wagenbouwer op het idee om deze met een motorzaag te vormen. Dit was echter niet zo’n succes door de grote stofontwikkeling. # Aloys te Woerd presteerde het om in zijn eerste 45 km autootje 15 kratten met bloemen pakken. Hij kreeg de bestuurdersdeur echter niet meer dicht. Enkele plukkers drukten met vereende kracht de deur dicht, waarna Aloys naar de Bloemencommissie tufte.